Bemiddeling en collaboratieve onderhandelingen na de wetten van 15 juni, 18 juni en 11 juli 2018

De recente wetswijzigingen, die een verregaande invloed hebben zowel op de procespraktijk als op de praktijk van de bemiddeling en van de collaboratieve onderhandeling, worden in dit boek verwerkt in een exhaustieve uiteenzetting van het wettelijk kader van de bemiddeling en van de collaboratieve onderhandelingen, gesteund op een gedetailleerde analyse van de parlementaire voorbereiding van de wetten van 2005 en van 2018.

Auteur(s):
Patrick Senaeve
boek | verschenen | 1e editie
oktober 2018 | xiv + 234 blz.

Paperback
€ 45,-


ISBN 9789400009790


Speciale voorwaarden
- Studentenprijs € 30,-

Inhoud

Door de wet van 21 februari 2005 werd aan de buitengerechtelijke en de proceduregebonden bemiddeling in familiezaken, civiele en commerciële zaken en sociale zaken voor het eerst een globaal wettelijk kader gegeven. De zogenaamde Waterzooiwet (wet van 18 juni 2018) voerde diepgaande hervormingen door met als oogmerk de aanwending van alternatieve methodes van conflictoplossing nog meer te bevorderen. Voorts werd de Federale Bemiddelingscommissie grondig hervormd en werden de erkenningsvoorwaarden voor de bemiddelaars aangescherpt, met ingang van 1 januari 2019.

Deze wet voert verder een wettelijk kader in voor de collaboratieve onderhandeling (“collaborative law”), een alternatieve wijze van geschillenoplossing die de laatste tijd ook in België opgang maakt. De wet van 18 juni 2018 heeft tevens de rol van de rechter, van de advocaat en van de gerechtsdeurwaarder bij de promotie van de methoden van minnelijke oplossing van conflicten verder uitgewerkt. De rechter heeft voortaan de mogelijkheid om, onder bepaalde voorwaarden, een bemiddeling aan de procespartijen op te leggen. Voor familiezaken werd de belangrijke rol die de magistraat hierbij vervult nog versterkt door een tweede wet, die van 15 juni 2018.

Al deze wetswijzigingen, die een verregaande invloed hebben zowel op de procespraktijk als op de praktijk van de bemiddeling en van de collaboratieve onderhandeling, worden in dit boek verwerkt in een exhaustieve uiteenzetting van het wettelijk kader van de bemiddeling en van de collaboratieve onderhandelingen, gesteund op een gedetailleerde analyse van de parlementaire voorbereiding van de wetten van 2005 en van 2018.

Hoofdstukken

Inhoudsopgave (p. 0)

Deel I. Korte historiek van de initiatieven inzake bemiddeling en inzake collaboratieve onderhandeling

Hoofdstuk I. Bemiddeling (p. 1)

Hoofdstuk II. Collaboratieve onderhandeling (p. 13)

Deel II. Het wettelijk kader van de bemiddeling

Hoofdstuk I. Gemeenschappelijke regels toepasselijk zowel op de buitengerechtelijke als op de proceduregebonden bemiddeling (p. 23)

Hoofdstuk II. De buitengerechtelijke bemiddeling (p. 103)

Hoofdstuk III. De door de rechter bevolen bemiddeling (p. 123)

Hoofdstuk IV. De Federale Bemiddelingscommissie (p. 153)

Deel III. Het wettelijk kader van de collaboratieve onderhandeling

Hoofdstuk I. Terminologie (p. 171)

Hoofdstuk II. Definitie (p. 175)

Hoofdstuk III. Toepassingsgebied (p. 177)

Hoofdstuk IV. De collaboratieve advocaat (p. 179)

Hoofdstuk V. De buitengerechtelijke en de door de rechter bevolen collaboratieve onderhandelingen (p. 181)

Hoofdstuk VI. Het collaboratief onderhandelingsprotocol (p. 183)

Hoofdstuk VII. Schorsing van de verjaring (p. 185)

Hoofdstuk VIII. Het mandaat van de collaboratieve advocaat (p. 187)

Hoofdstuk IX. De werkwijze bij het collaboratief onderhandelingsproces (p. 189)

Hoofdstuk X. Het collaboratief onderhandeld akkoord (p. 193)

Hoofdstuk XI. De beëindiging van het collaboratief onderhandelingsproces en van de bijstand van een collaboratieve advocaat (p. 197)

Hoofdstuk XII. Inwerkingtreding (p. 199)

Wetgeving (p. 201)