Het verval van een recht in het materieel privaatrecht

Dit werk handelt over het verval van recht (la déchéance) als sanctie voor een tekortkoming van de rechthebbende en onderzoekt de draagwijdte van de toepassingsvoorwaarde en de functies van het verval op een grondige wijze.
Auteur(s):
Mary Ann Lefebvre-Masschelein
boek | verschenen | 1e editie
december 2010 | xx + 361 blz.

Hardback
€ 110,-


ISBN 9789400001459

Inhoud

De wetgever wendt het begrip «verval van een recht» (la déchéance) te pas en te onpas aan in het privaatrecht. Zo kan er onder meer verwezen worden naar het verval van het vruchtgebruik (art. 618 BW), het verval van het voorrecht van boedelbeschrijving (art. 801 BW), het verval van het recht op verzekeringsprestatie (art. 11 Wet Landverzekeringsovereenkomst), alsook menig termijn voorgeschreven op straffe van verval.
Problematisch is dat de wetgever nooit een definitie noch een precisering van de term “verval” gegeven heeft, zodat de toepassingsvoorwaarden en de gevolgen van de concrete toepassingen van het verval onduidelijk zijn. De rechtsleer en de rechtspraak vullen deze lacunes vaak verschillend aan naargelang de concrete omstandigheden, wat de rechtszekerheid niet ten goede komt.
Dit werk komt aan dit juridisch vacuüm tegemoet door de oplijsting van de karakteristieke eigenschappen van het verval. Niet enkel is het op deze wijze mogelijk om het onderscheid tussen het verval en andere privaatrechtelijke rechtsfiguren (zoals de verjaring, de uitsluiting, de erfrechtelijke onwaardigheid,…) scherp te stellen, doch het praktische belang wordt steeds belicht aan de hand van een aantal concreet uitgewerkte voorbeelden, zodat dit werk voor de praktijk een onmiskenbare leidraad vormt.
Voor advocaten, notarissen, magistraten en verzekeringsjuristen bevat dit boek een grote schat aan informatie en nieuwe inzichten.
He is voor hen dan ook een onmisbaar werkinstrument wanneer ze met een toepassing van het verval geconfronteerd worden.

Mary Ann Lefebvre-Masschelein behaalde het diploma van licentiaat in de rechten in 2002 (KULeuven) en van licentiaat in het notariaat in 2003 (UGent). Na twee jaar praktijkervaring op een Gents notariskantoor wijdde zij zich voltijds aan het wetenschappelijk onderzoek aan de Universiteit van Gent, waar zij in 2010 als Aspirant FWO promoveerde tot Doctor in de Rechten. Thans is zij gerechtelijk stagiair op het Arbeidsauditoraat te Oudenaarde.

Hoofdstukken

De individuele hoofdstukken zijn (nog) niet beschikbaar.