Gewijzigde omstandigheden in het contractenrecht

In dit boek gaat de auteur na of de situaties die klassiek onder de imprevisieleer zouden vallen, niet beter onder de noemer van de overmachtsleer te brengen zijn. Immers, als deze situaties door de overmachtsleer kunnen worden gevat, heeft het geen zin meer om – zoals auteurs vaak doen – een afzonderlijke imprevisieleer uit te werken.
Auteur(s):
Michaël de Potter de ten Broeck
Reeks:
Centrum voor Verbintenissenrecht (CVR)
Volume:
3
boek | verschenen | 1e editie
januari 2017 | xviii + 438 blz.

Hardback
€ 135,-


ISBN 9789400007901


Als u intekent op de reeks, wordt elke nieuwe titel uit de reeks u automatisch toegestuurd. U mag een reeks vrijblijvend schriftelijk opzeggen na ontvangst van min. 2 opeenvolgende uitgaven.

Inhoud

In periodes van economische en monetaire instabiliteit ervaart een contractpartij sneller problemen om haar contractuele verbintenis uit te voeren. Een leverancier kan bijvoorbeeld (financiële) moeilijkheden ondervinden om producten te leveren aan de overeengekomen prijs omdat de prijs voor grondstoffen plots enorm sterk is gestegen. Met de relatief recente financiële en economische crisis in het achterhoofd is het bijgevolg niet verwonderlijk dat de overmachts- en de imprevisieleer recent meer aandacht krijgen. Zowel de overmachts- als de imprevisieleer komen tegemoet aan de situatie waarbij een contractpartij maar moeilijk haar verbintenis kan uitvoeren doordat de omstandigheden zijn gewijzigd nadat die contractpartij haar overeenkomst gesloten heeft. Terwijl de overmachtsleer tot het geldende Belgische recht behoort, kent de imprevisieleer in principe geen plaats in ons recht.

In dit boek wordt nagegaan of de situaties die klassiek aan de imprevisieleer zijn voorbehouden, niet onder de noemer van de overmachtsleer kunnen worden gebracht. Als deze situaties door de overmachtsleer kunnen worden gevat, heeft het geen zin meer om – zoals auteurs vaak doen – een afzonderlijke imprevisieleer uit te werken. In het onderzoek komt aan bod het klassieke onderscheid tussen de situatie waarbij het voor de schuldenaar onmogelijk is om een verbintenis uit te voeren (overmachtsleer) en de situatie waarbij de schuldenaar het zeer moeilijk krijgt om een verbintenis uit te voeren (imprevisieleer), naast de overige toepassingsvoorwaarden die de twee leerstukken delen en de rechtsgevolgen van elk van beide leerstukken.

Dit boek is de handelseditie van het proefschrift dat Michaël de Potter de ten Broeck op 23 augustus 2016 succesvol verdedigde aan de Universiteit Gent. Naast zijn voltijdse activiteit als juridisch adviseur, is de auteur op heden als vrijwillig medewerker verbonden aan de vakgroep Metajuridica, Privaat- en Ondernemingsrecht van de Universiteit Gent. Hij is ook lid van het Centrum voor Verbintenissenrecht (‘CVR’).

Hoofdstukken

Inhoudstafel (p. 0)

Inleiding (p. 1)

Deel 1. De klassieke visies op de overmachts- en de imprevisieleer

Inleiding (p. 11)

Hoofdstuk 1. De overmachtsleer (p. 15)

Hoofdstuk 2. De imprevisieleer (p. 25)

Besluit over deel 1 (p. 35)

Deel 2. Het essentiële verschil tussen de overmachts- en de imprevisieleer

Inleiding (p. 37)

Hoofdstuk 1. Het onmogelijkheidsvereiste bij de overmachtsleer (p. 41)

Hoofdstuk 2. Het criterium van een ernstige bemoeilijking bij de imprevisieleer (p. 85)

Besluit over deel 2 (p. 129)

Deel 3. De overige toepassingsvoorwaarden

Inleiding (p. 131)

Hoofdstuk 1. Posterioriteit aan de contractsluiting (p. 137)

Hoofdstuk 2. Buitengewoon karakter (p. 143)

Hoofdstuk 3. Ontoerekenbaar karakter (p. 147)

Hoofdstuk 4. Onvermijdbaar karakter (p. 171)

Hoofdstuk 5. Onvoorzienbaar karakter (p. 185)

Hoofdstuk 6. Het risico niet op zich nemen (p. 209)

Besluit over Deel 3 (p. 229)

Deel 4. De rechtsgevolgen

Inleiding (p. 237)

Hoofdstuk 1. Een heronderhandeling van de overeenkomst (p. 241)

Hoofdstuk 2. Een rechterlijke wijzigingsbevoegdheid (p. 267)

Hoofdstuk 3. Klassieke rechtsgevolgen van de overmachtsleer: uitdoving van de verbintenis en vrijstelling van de contractuele aansprakelijkheid (p. 295)

Besluit over deel 4 (p. 387)

Algemeen besluit (p. 391)

Bijlage (p. 403)

Bibliografie (p. 413)

Trefwoordenregister (p. 431)

Over de reeks

Centrum voor Verbintenissenrecht (CVR)

Het Centrum voor Verbintenissenrecht (CVR) is een samenwerkingsverband binnen de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Gent. Het CVR beoogt toonaangevend en hoogwaardig wetenschappelijk onderzoek te verrichten op het gebied van het verbintenissenrecht, het contractenrecht en het buitencontractueel aansprakelijkheidsrecht, zowel vanuit nationaal als vanuit Europees perspectief.
Het resultaat van dit onderzoek wordt gepubliceerd in deze CVR-reeks. Deze reeks wordt aangestuurd door een redactie die instaat voor de samenstelling en de kwaliteitsbewaking van de boeken die in de CVR-reeks verschijnen.
De leden van deze redactie zijn I. Claeys (UGent), M. Kruithof (UGent), A. Wylleman (UGent), I. Boone (KU Leuven), H.J. Snijders (Universiteit Leiden) en P. Wautelet (Université de Liège).
Daarnaast wordt elk boek uit de CVR-reeks aan een blind peer review onderworpen.

Indien u intekent op deze reeks, betaalt u permanent 15% minder! Elke nieuwe titel uit de reeks wordt u bij verschijnen automatisch toegestuurd. U mag een reeks vrijblijvend schriftelijk opzeggen na ontvangst van minimaal twee opeenvolgende uitgaven.

Meer over deze reeks