Eduard Maurits Meijers en het Ligurische erfrecht in Europa

In deze uitgave wordt het Ligurische erfrecht van Meijers minutieus onder de loep genomen. Ten eerste wordt Meijers’ these inhoudelijk gepresenteerd en gespecificeerd (deel II). In een tweede fase wordt zijn idee historiografisch gesitueerd en in het toenmalige rechtshistorische onderzoek ingebed (deel III). Een derde deel is gewijd aan de vermeldingen van Meijers’ Ligurische erfrecht in de rechtshistorische literatuur in vier Europese landen, met name Duitsland, Frankrijk, Nederland en België. Daarbij wordt een verklaring gezocht voor de geheel onderscheiden receptie van zijn idee (deel IV). Tot slot wordt nagegaan welke betekenis deze verklaringen hebben voor de manier waarop privaatrechtsgeschiedenis moet worden geschreven. Daarnaast wordt er gereflecteerd over de rol die het Ligurische volk vandaag nog in het academische onderwijs kan spelen (deel V).
Auteur(s):
Stephan Dusil
Reeks:
Acta Falconis
Volume:
18
boek | verschenen | 1e editie
januari 2017 | vi + 54 blz.

Paperback
€ 20,-


ISBN 9789400009264

Inhoud

De bekende Nederlandse jurist en rechtshistoricus Eduard Maurits Meijers stelde in de jaren 1920 dat het erfrecht in vele delen van Europa noch door het Romeinse, noch door het Germaanse recht was gevormd, maar door het recht van een ras dat rond 1000 voor Christus in Europa woonde. Hij noemde dit ras de Liguriërs, naar de Italiaanse regio Ligurië; het geheel van hun erfrechtelijke stelsels werd dus het Ligurische erfrecht genoemd. De theorie van het oude Ligurische erfrecht is vandaag nog terug te vinden in Belgische boeken over de geschiedenis van het privaatrecht, terwijl Meijers’ these in Frankrijk, Duitsland en andere landen in de vergeethoek is geraakt. Meijers’ these, de historische context waarin hij schreef en de verschillende manieren waarop zijn these werd onthaald, vormen het voorwerp van deze bijdrage.

In deze uitgave wordt het Ligurische erfrecht van Meijers minutieus onder de loep genomen. Ten eerste wordt Meijers’ these inhoudelijk gepresenteerd en gespecificeerd (deel II). In een tweede fase wordt zijn idee historiografisch gesitueerd en in het toenmalige rechtshistorische onderzoek ingebed (deel III). Een derde deel is gewijd aan de vermeldingen van Meijers’ Ligurische erfrecht in de rechtshistorische literatuur in vier Europese landen, met name Duitsland, Frankrijk, Nederland en België. Daarbij wordt een verklaring gezocht voor de geheel onderscheiden receptie van zijn idee (deel IV). Tot slot wordt nagegaan welke betekenis deze verklaringen hebben voor de manier waarop privaatrechtsgeschiedenis moet worden geschreven. Daarnaast wordt er gereflecteerd over de rol die het Ligurische volk vandaag nog in het academische onderwijs kan spelen (deel V).

Hoofdstukken

Inhoudstafel (p. 0)

Inhoudstafel (p. 0)

Inleiding (p. 1)

Eduard Maurits Meijers en het Ligurische erfrecht (p. 2)

Meijers’ Ligurische erfrecht historiografi sch beschouwd (p. 10)

De receptie van Meijers’ theorie in Europa (p. 24)

Conclusie (p. 48)

Summary: Eduard Maurits Meijers and “ Ligurian Inheritance Law”.Histories of private law in Europe (p. 53)

Over de reeks

Acta Falconis

The series Acta Falconis contains the most important inaugural lectures of the Law Faculty of Leuven University. The volumes reflect on diverse issues in law and society.

Meer over deze reeks

Ook interessant voor u: