AANDEELHOUDERSOVEREENKOMSTEN EN DE IMPACT OP BESLUITEN VAN DE RAAD VAN BESTUUR

 

Nick Hallemeesch bestudeerde in het kader van zijn doctoraatsonderzoek aandeelhoudersovereenkomsten. AandeelhoudersovereenkomstenDeze zijn een nuttig instrument om de structuur van de vennootschap aan te passen aan de noden van de onderneming en de aandeelhouders, of dit nu een familiebedrijf, een start-up of een genoteerde vennootschap is. Pascale Van Houtte, uitgever Intersentia, vroeg de auteur om een bijkomende toelichting bij de vraag in welke mate een dergelijke overeenkomst de besluiten van een raad van bestuur mag bepalen of beïnvloeden (Aandeelhoudersovereenkomsten, 2019, ISBN 9789400010550). 

 

Kunnen aandeelhoudersovereenkomsten bepalen welke besluiten de raad van bestuur wel of niet mag nemen?

Tenzij alle aandeelhouders partij zijn, kunnen aandeelhoudersovereenkomsten in principe niet bepalen welke besluiten de raad van bestuur wel of niet mag nemen, of welke besluiten hij precies wel moet nemen. Besluiten van de raad van bestuur vallen immers buiten de rechtssfeer van aandeelhouders. Wanneer men daaraan afbreuk doet, schendt men het principe van de relativiteit van overeenkomsten. Contractuele afspraken die erop gericht zijn om de raad van bestuur te binden, zijn vernietigbaar. Zo vernietigde de Gentse rechtbank van eerste aanleg een aandeelhoudersovereenkomst die aandeelhouders een vetorecht verleende tegen besluiten van de raad van bestuur. Bovendien leidt men uit het doelgebonden karakter van het bestuursmandaat klassiek af dat bestuurders geen stemovereenkomsten mogen sluiten (sic). Dat betekent dat wanneer een aandeelhouder tegelijkertijd bestuurder is, hij/zij slechts in zijn/haar hoedanigheid van aandeelhouder aan de overeenkomst gebonden is. Indien aandeelhouders willen contracteren over materies die in principe tot de bevoegdheid van de raad van bestuur behoren, past het dus om eerst de statutaire bevoegdheidsverdeling aan te passen. De problematiek speelt ook met name in vennootschapsgroepen, omdat het stemrecht in dochtervennootschappen in principe uitgeoefend wordt door de bestuurders van de moedervennootschap.

 

Maar in uw boek verwijst u wel vooreerst naar sterkmaking als mogelijke contractuele remediëring?

Aandeelhouders kunnen zich inderdaad sterk maken dat de raad van bestuur handelt in overeenstemming met de aandeelhoudersovereenkomst. Besluiten van de raad van bestuur die strijdig zijn met de aandeelhoudersovereenkomst, zijn dan niet per se ongeldig, maar leiden tot de aansprakelijkheid van de aandeelhouders die zich sterk hebben gemaakt. Een dergelijke sterkmaking is nuttig wanneer de contracterende aandeelhouders (feitelijke) vertegenwoordigers hebben in de raad van bestuur, of zelf bestuurder zijn. In dat geval zal van het aansprakelijkheidsrisico een zekere disciplinerende werking uitgaan: sommige bestuurders zullen de aandeelhoudersovereenkomst ‘vrijwillig’ naleven, hoewel ze er formeel niet door gebonden zijn.

Volgens bepaalde auteurs is sterkmaking voor de raad van bestuur ongeldig. Zij stellen dat stemovereenkomsten van bestuurders ongeldig zijn (sic) en dat de sterkmaking dus een onwettig voorwerp heeft. Die redenering is niet correct. Het klopt dat men zich slechts voor geldige rechtshandelingen kan sterkmaken. Aandeelhouders maken zich echter niet sterk dat de leden van de raad van bestuur een stemovereenkomst sluiten, maar wel dat zij een bepaald besluit (niet) zullen nemen. De voorwaarde dat sterkmaking betrekking heeft op een geldige rechtshandeling, betekent dus slechts dat aandeelhouders zich enkel sterk kunnen maken voor geldige besluiten van de raad van bestuur. Indien aandeelhouders zich sterk maken dat bestuurders besluiten nemen die binnen hun bevoegdheden vallen en niet strijdig zijn met de wet en de statuten, is het voorwerp van de sterkmaking helemaal niet onwettig.

Soms argumenteert men ook dat sterkmaking door aandeelhouders voor besluiten van de raad van bestuur afbreuk doet aan de autonomie of onafhankelijkheid van de raad van bestuur, omdat het de aandeelhouders aanmoedigt om hun controle over de raad van bestuur te gebruiken en zijn besluit te beïnvloeden. Dit argument vind ik niet overtuigend. Aandeelhouders kunnen ook zonder aandeelhoudersovereenkomst of sterkmaking hun controle over de raad van bestuur gebruiken om op de besluitvorming te wegen. Sterkmaking versterkt de controle van de aandeelhouders over de raad van bestuur niet, maar bepaalt slechts de manier waarop deze controle wordt uitgeoefend.



Ook de verbintenis van aandeelhouders om bestuurders te ontslaan is volgens u een interessante denkpiste?

Een dergelijke techniek kwam aan bod in het befaamde Aurora-arrest van de Nederlandse Hoge Raad. Het komt erop neer dat  indien de raad van bestuur een bepaalde beslissing neemt die strijdig is met de overeenkomst, de aandeelhouders verplicht zijn om bij de eerstvolgende algemene vergadering voor het ontslag te stemmen van de bestuurders die verantwoordelijk zijn voor het besluit. Dit geeft de bestuurders een stimulans om overeenkomstig de aandeelhouders-overeenkomst te handelen. Volgens mij is de techniek ook naar Belgisch recht geldig, op grond van artikel 551 W.Venn. of 7:56 WVV. Aandeelhouders mogen zich in de uitoefening van het stemrecht verbinden, dus kunnen zij ervoor kiezen om hun controle over de raad van bestuur, die via het stemrecht verloopt, in overeenstemming met een aandeelhoudersovereenkomst uit te oefenen.

Let wel: indien de bestuurders niet ad nutum afzetbaar zijn, is een overeenkomst om voor het ontslag van de bestuurder te stemmen mogelijk onwerkzaam omdat het ontslagbesluit slechts geldig is indien er wettige redenen aanwezig zijn. Bovendien is de ‘niet-naleving’ van een aandeelhoudersovereenkomst op zich geen wettige reden voor ontslag, net omdat de bestuurders niet door de overeenkomst gebonden zijn.

*******************************

aandeelhoudersovereenkomstenNick Hallemeesch publiceerde in mei 2019 het boek Aandeelhoudersovereenkomsten bij Intersentia.

> Meer informatie en bestellen: 
https://intersentia.be/nl/aandeelhoudersovereenkomsten.html 

Studienamiddagen Aandeelhoudersovereenkomsten

Op 5 november 2019 (Brugge) en 7 november 2019 (Brussel) zal de auteur een
seminarie geven over aandeelhoudersovereenkomsten. Het seminarie heeft een dubbele doelstelling: ten eerste geeft de spreker een volledig overzicht van het juridische regime van aandeelhoudersovereenkomsten, zowel op het vlak van de geldigheid als op het vlak van de afdwinging tussen de partijen en tegenover eventuele derden. Ten tweede licht hij toe dat de bestaande contractuele praktijk en de gebruikte modellen niet altijd aangepast zijn aan voornoemde evoluties in wetgeving, rechtspraak en rechtsleer.

> Meer informatie en inschrijven:
 https://intersentia.be/nl/aandeelhoudersovereenkomsten-39448.html.

Deelnemers aan het seminarie hebben de mogelijkheid om het boek Aandeelhoudersovereenkomsten te bestellen aan een korting van 15% (€ 83,30 in plaats van € 98,00).