Interpretatie van overeenkomsten en eenzijdige rechtshandelingen (set)

Deel I van dit boek onderzoekt wat nu de beste interpretatiemethode is en hoe een coherent en werkbaar systeem van interpretatie van rechtshandelingen eruit moet zien, rekening houdend met de autonomie van de handelende personen aan de ene kant en met de rechtszekerheid aan de andere kant.
Deel II van dit boek verwerkt de interpretatieregels, toegelicht in de uitgave Interpretatie van overeenkomsten en eenzijdige rechtshandelingen van dezelfde auteur in heldere en bruikbare clausules. Met behulp van de voorgestelde clausules kunnen partijen anticiperen op interpretatieproblemen.
Auteur(s):
Johanna Waelkens
boek | verschenen | 1e editie
november 2016 | 1150 blz.

Hardback
€ 195,-


ISBN 9789400007963

Inhoud

Beide delen zijn ook afzonderlijk beschikbaar
> Klik hier voor het eerste deel van dit boek
> Klik hier voor het tweede deel van dit boek

Contracten en eenzijdige rechtshandelingen lokken per definitie rechtsgevolgen uit. Correct gevolg geven aan een overeenkomst of rechtshandeling is echter niet altijd even gemakkelijk. Op het moment van uitvoering blijkt regelmatig dat het onduidelijk is welke verbintenissen de rechtshandeling nu net omvat. Taalkundige onnauwkeurigheden leiden er immers vaak toe dat de verklaarde intentie of verwachting niet overeenkomt met de interne wil van degene die de rechtshandeling stelt. Daarenboven kan ook de context waarbinnen de handeling gesteld wordt, van belang zijn. Alle communicatie én elke rechtshandeling moet dus geïnterpreteerd worden.

Contracten en rechtshandelingen dienen geïnterpreteerd te worden op basis van de wil van de handelende personen, niet op basis van de uitlegging die een interpretator zelf de meest juiste vindt. Men moet dus de wil van de handelende persoon of de contractanten achterhalen.

De zoektocht naar die partijwil kan gebeuren vanuit twee fundamenteel verschillende benaderingswijzen. Aan de ene kant kan men argumenteren dat de werkelijke – subjectieve – intentie als richtsnoer moet gelden. Aan de andere kant kan men ook stellen dat de letter van de rechtshandeling moet primeren: de objectieve interpretatie. Deze is immers de veruitwendigde bedoeling en de tegenpartij en derden hebben enkel van deze wil kennisgenomen, zodat ze ervan mogen uitgaan dat deze de waarheid is. Terwijl men in de ene jurisdictie focust op het subjectieve, gaat men in andere eerder uit van de objectieve elementen. Alle systemen maken bij hun interpretatie echter gebruik van beide elementen.

Deel Ionderzoekt wat nu de beste interpretatiemethode is en hoe een coherent en werkbaar systeem van interpretatie van rechtshandelingen eruit moet zien, rekening houdend met de autonomie van de handelende personen aan de ene kant en met de rechtszekerheid aan de andere kant.

Deel II verwerkt de interpretatieregels, toegelicht in de uitgave Interpretatie van overeenkomsten en eenzijdige rechtshandelingen van dezelfde auteur in heldere en bruikbare clausules. Met behulp van de voorgestelde clausules kunnen partijen anticiperen op interpretatieproblemen.


Over de auteur
Johanna Waelkens is doctor in de rechten en is advocaat bij de balie van Brussel.

Hoofdstukken

Inhoudstafel (p. 0)