Interactie tussen criminaliteit en opsporing

De bestrijding van de georganiseerde criminaliteit staat, zowel in Nederland als in Europa, al sinds jaar en dag hoog op de agenda. Met dat doel wordt regelmatig nieuwe wet- en regelgeving geïmplementeerd en doorlopend geïnvesteerd in de uitvoering van de opsporing. Toch lijken die inspanningen niet te leiden tot een substantiële vermindering van de omvang van de georganiseerde misdaad. Vanuit wetenschappelijke hoek worden daarvoor uiteenlopende verklaringen aangereikt.
Auteur(s):
Toine Spapens
boek | verschenen | 1e editie
september 2006 | 373 blz.

Paperback
€ 70,-


ISBN 9789050955898

Inhoud

De bestrijding van de georganiseerde criminaliteit staat, zowel in Nederland als in Europa, al sinds jaar en dag hoog op de agenda. Met dat doel wordt regelmatig nieuwe wet- en regelgeving geïmplementeerd en doorlopend geïnvesteerd in de uitvoering van de opsporing. Toch lijken die inspanningen niet te leiden tot een substantiële vermindering van de omvang van de georganiseerde misdaad. Vanuit wetenschappelijke hoek worden daarvoor uiteenlopende verklaringen aangereikt.

Criminele organisaties passen zich volgens sommige criminologen voortdurend aan nieuwe opsporingsmethoden van de politie aan. Anderen stellen dat in de concurrentiestrijd met de opsporingsinstanties na verloop van tijd alleen de groepen overblijven die zich het best afschermen, waardoor opsporingsmethoden hun werking verliezen. Een derde stroming veronderstelt dat georganiseerde misdaad het werkterrein is van flexibele sociale netwerken, die de aanhouding en vervolging van de individuele leden kunnen incasseren zonder zelf teloor te gaan. In deze studie zijn deze veronderstellingen voor het eerst systematisch en empirisch getoetst. De xtc-productie en -handel in Zuid-Nederland, in het tijdvak van 1996 tot en met 2004, is daarbij als casus gehanteerd. Deze studie gaat in op de vraag hoe de groepen
die zich met deze vorm van misdaad hebben beziggehouden, tot stand zijn gekomen en hoe zij het feitelijke criminele bedrijfsproces hebben uitgevoerd.
Vervolgens is nagegaan welke opsporingsinspanningen de Nederlandse overheid daar concreet tegenover heeft gesteld. Centraal in dit boek staat de wisselwerking tussen criminele groeperingen en de opsporingsinstanties. Is er inderdaad sprake van een wapenwedloop, of moeten de ontwikkelingen op een andere manier worden verklaard? De bevindingen uit deze studie zijn niet alleen uit criminologisch oogpunt relevant, maar evenzeer van belang voor beleidsmakers en professionals uit de opsporingspraktijk.

Hoofdstukken

De individuele hoofdstukken zijn (nog) niet beschikbaar.

Ook interessant voor u: