Prejudiciële vragen

Dit boek brengt de techniek van de prejudiciële vraagstelling beter in kaart. Wat kan men van een prejudiciële vraagstelling verwachten? Wat is de plaats van de prejudiciële vraag in een concrete procedure? Kan een prejudiciële vraag tergend of roekeloos zijn?
Editor(s):
Jan Ghysels, Beatrix Vanlerberghe
boek | verschenen | 1e editie
december 2013 | xvi + 194 blz.

Paperback
€ 75,-


ISBN 9789400004542

Inhoud

Op verschillende plaatsen in onze wetgeving wordt gebruikgemaakt van de techniek van de prejudiciële vraagstelling. Alvorens een geschil te beslechten, kan of moet de rechter informatie inwinnen bij een andere, meer gespecialiseerde rechter. De prejudiciële vraagstelling staat daardoor mee garant voor een betere eenheid in de rechtspraak.
Deze techniek laat de rechter ook toe om zijn eigen bevoegdheid te overschrijden wanneer dit nodig blijkt voor de oplossing van een geschil. Soms ligt het initiatief tot prejudiciële vraagstelling bij de partijen, soms bij de rechter of soms bij beiden.

Het antwoord op een prejudiciële vraag is natuurlijk afhankelijk van de wijze waarop de vraag werd gesteld. Een prejudicieel geschil kan daarom het loutere belang van de zaak waarin de vraag gesteld is overschrijden, zodat het aangewezen kan zijn dat andere partijen ook aan het debat kunnen deelnemen.

Dit boek brengt de techniek van de prejudiciële vraagstelling beter in kaart. Wat kan men van een prejudiciële vraagstelling verwachten? Wat is de plaats van de prejudiciële vraag in een concrete procedure? Kan een prejudiciële vraag tergend of roekeloos zijn?Kan een prejudiciële vraag in een kort geding of in een eenzijdige procedure? Wat is de juiste rol van de rechter, de partijen of anderen in de vraagstelling en de beantwoording van de vraag? In welke wetgevingen doet men een beroep op deze techniek? Wat was de doelstelling van de wetgever wanneer hij in een bepaalde materie de vraagstelling heeft ingevoerd? Werkt het mechanisme naar behoren? Wat zijn de nadelen? Zijn er gemeenschappelijke kenmerken tussen de verschillende sectoren waar de techniek wordt toegepast? Is er een techniek om te komen tot een precieze formulering van de vraag? En kan een vraag nog worden bijgestuurd?

Met bijdragen van Amaryllis Bossuyt, Luk Cassimon, Claire Fornoville, Peter Schollen, Filip Smet, Jürgen Vanpraet, Stefaan van der Jeught en Ivan Verougstraete.

Hoofdstukken

Inhoudstafel (p. 0)

Het begrip ‘prejudiciële vraag’, de techniek en de plaats in de procedure (p. 1)

Prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie (p. 37)

Prejudiciële vragen aan het Benelux Gerechtshof (p. 61)

Prejudiciële vragen aan het Grondwettelijk Hof: rol van de rechter en de partijen in het bodemgeschil (p. 87)

De in de gecoördineerde wet van 15 september 2006 tot bescherming van de economische mededinging voorziene prejudiciële vraag aan het Hof van Cassatie (p. 145)

Prejudiciële geschillen in het fi scaal recht (p. 165)