Fiscaal executierecht

De centrale vraag in dit boek is te weten of, en zo ja in welke mate, afwijkingen van het gemeenrechtelijke executierecht kunnen worden verantwoord door de bijzondere positie van de overheid als schuldeiser. Kortom: welke grenzen stelt het grondwettelijk gelijkheidsbeginsel aan het fiscaal executierecht?
Auteur(s):
Piet Taelman, Eric Dirix
boek | verschenen | 1e editie
januari 2004 | 377 blz.

Paperback
€ 95,-


ISBN 9789050953221

Inhoud

De invordering van belastingschulden is aan een apart juridisch regime onderworpen. De Schatkist kan gebruik maken van vereenvoudigde executievormen en beschikt over allerlei mechanismen die de betaling van belastingschulden moeten helpen veiligstellen. Dit wettelijk kader, dat in een aantal gevallen sterk afwijkt van het gemeen recht, is gaandeweg onder druk komen te staan door de rechtspraak, zowel van de hoven en rechtbanken als van het Arbitragehof, en noopte uiteindelijk ook de wetgever tot corrigerende ingrepen.

De centrale vraag die hierbij aan de orde komt, is te weten of, en zo ja in welke mate, afwijkingen van het gemeenrechtelijke executierecht kunnen worden verantwoord door de bijzondere positie van de overheid als schuldeiser. Kortom: welke grenzen stelt het grondwettelijk gelijkheidsbeginsel aan het fiscaal executierecht?

In dit boek worden vooreerst de algemene systematiek en de principes van de invordering van de directe belastingen uiteengezet door B. Vanermen. De Schatkist maakt echter ook gebruik van privaatrechtelijke technieken om de invordering van belastingen veilig te stellen; hierop wordt nader ingegaan door A. Doolaege. De rechtsmacht en/of bevoegdheidsproblemen die aan de orde komen bij executiegeschillen n.a.v. de invordering van belastingschulden, worden belicht door K. Broeckx. Bijzondere invorderingstechnieken die afzonderlijke aandacht verdienen, zijn de fiscale notificatie en het vereenvoudigd derdenbeslag. De procedure en de gevolgen ervan worden behandeld door E. Dirix. De nog steeds actuele problematiek van de invordering ten laste van de feitelijk gescheiden echtgenoten wordt door S. De Raedt besproken aan de hand van de jurisprudentiële evolutie en het nieuwe wettelijke kader ter zake. De invordering van de lokale en de regionale belastingen wordt uitvoerig belicht door L. De Meyere. Ten slotte onderzoekt G. Van Haegenborgh de vraag in welke mate de fiscus in het raam van de invordering der belastingen onderworpen is aan de Wet Motivering Bestuurshandelingen.

Hoofdstukken

De individuele hoofdstukken zijn (nog) niet beschikbaar.

Ook interessant voor u: