De doorwerking van het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap

In dit boek wordt nagegaan welke gevolgen het Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap (IVRPH) in de Belgische rechtsorde heeft.
Auteur(s):
Annelies D'Espallier, Stefan Sottiaux, Jan Wouters
Reeks:
Discriminatierecht in theorie en praktijk
Volume:
2
boek | verschenen | 1e editie
maart 2014 | x + 142 blz.

Paperback
€ 55,-


ISBN 9789400004924

Inhoud

Het Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap van 13 december 2006 (IVRPH) luidt een nieuwe fase in de internationale bescherming van de rechten van de mens in. Het bevat een brede waaier aan rechten die vaak al in andere mensenrechtenverdragen voorkwamen, maar die nu voor het eerst met een specifieke focus op personen met een handicap verenigd zijn in dit ene verdrag. Het is het eerste globale mensenrechtenverdrag dat in dit millennium tot stand kwam in de schoot van de Verenigde Naties.

Het Verdrag kondigt een nieuwe aanpak aan ten aanzien van personen met een handicap. De rechten die hierin aan bod komen, zijn erg divers. Zowel rechten die traditioneel worden beschouwd als politieke en burgerlijke rechten, als economische, sociale en culturele rechten komen aan bod in het IVRPH. In dit boek wordt nagegaan welke gevolgen het IVRPH in de Belgische rechtsorde heeft. In de eerste plaats wordt onderzocht in hoeverre individuen zich rechtstreeks op het Verdrag kunnen beroepen voor een Belgische rechter. Waar een rechtstreeks beroep niet mogelijk is, is het belangrijk om te weten te komen wat de indirecte effecten van het Verdrag zouden kunnen zijn in de (sub)nationale rechtsorde. Ten slotte rijst de vraag naar de effecten van het feit dat ook de Unie partij is bij het Verdrag op de situatie in België.

Het boek is als volgt opgebouwd. Eerst wordt kort stilgestaan bij de totstandkoming van het Verdrag en vervolgens wordt een algemeen overzicht gegeven van de bestaande technieken van doorwerking. De grootste aandacht gaat naar de economische, sociale en culturele rechten, aangezien er over de doorwerking van deze rechten nog de meeste twijfel bestaat. Daarbij wordt verwezen naar de ervaring met andere verdragen die economische, sociale en culturele rechten bevatten. In dit deel wordt ook al ingezoomd op de doorwerking van het IVRPH zelf. In het derde deel wordt op artikelsgewijze basis een overzicht gegeven van de bepalingen van het IVRPH en hierbij wordt gezocht naar de vormen van doorwerking die kans op slagen hebben. In het laatste deel wordt uitgelegd hoe de Europese Unie, die zelf ook partij is bij het Verdrag, de nationale evoluties kan beïnvloeden.

Hoofdstukken

Inhoudstafel (p. 0)

1. Totstandkoming van het Verdrag (p. 3)

2. Doorwerking van de rechten van het IVRPH (p. 5)

3. Het IVRPH onder de loep genomen: artikelsgewijze analyse (p. 57)

4. Impact op het EU-recht (p. 99)

5. Conclusie (p. 107)

Bibliografie (p. 109)

Bijlage: Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap (p. 117)

Over de reeks

Discriminatierecht in theorie en praktijk

In de tweetalige reeks Discriminatierecht in theorie en praktijk / Discrimination Law in Theory and Practice verschijnen studies die actuele ontwikkelingen in het discriminatierecht identificeren en duiden. De reeks is gericht zowel op academici als beleidsmakers.

Meer over deze reeks