Dagelijks bestuur in de NV

In dit boek ontleedt Nele Somers de notie ‘dagelijks bestuur’ van de nv. Of een welbepaalde handeling wel of niet tot het dagelijks bestuur van een onderneming hoort, is een feitenkwestie die in ieder concreet geval, naargelang de aard van de onderneming, het maatschappelijk doel, de financiële middelen en de economische impact van de handeling, anders beantwoord zal worden. In gevallen van betwisting zal het aan de rechter zijn om te beslissen of een bepaalde handeling al dan niet tot het dagelijks bestuur kan worden gerekend.
Auteur(s):
Nele Somers
boek | verschenen | 1e editie
november 2017 | xxii + 450 blz.

Hardback
€ 160,-


ISBN 9789400008724

Inhoud

In dit boek ontleedt Nele Somers de notie ‘dagelijks bestuur’ van de NV. Of een welbepaalde handeling wel of niet tot het dagelijks bestuur van een onderneming hoort, is een feitenkwestie die in ieder concreet geval, naargelang de aard van de onderneming, het maatschappelijk doel, de financiële middelen en de economische impact van de handeling, anders beantwoord zal worden. In gevallen van betwisting zal het aan de rechter zijn om te beslissen of een bepaalde handeling al dan niet tot het dagelijks bestuur kan worden gerekend.

In dit boek onderzoekt de auteur de grenzen van het optreden van de dagelijks bestuurder sensu stricto: welke handelingen kan de dagelijks bestuurder autonoom stellen en welke handelingen impliceren een overschrijding van zijn bevoegdheid? En wat zijn de gevolgen van een bevoegdheidsoverschrijding, zowel voor de vennootschap als voor derden die met de vennootschap handelen? Ook het sociale statuut van de dagelijks bestuurder wordt bekeken: is hij een werknemer of een zelfstandige? Bestaat er, wat het takenpakket en de hiërarchische positie van de betrokken personen betreft, wel of geen verschil tussen de bestuurder en de dagelijks bestuurder van de vennootschap? Wat de vraag doet rijzen naar de contractualisering van de verhouding tussen de dagelijks bestuurder en de vennootschap en de wenselijkheid om bepaalde contractuele clausules uit te werken in een managementovereenkomst. En wat zijn de gevolgen van een keuze voor het ene of het andere statuut voor o.a. het aansprakelijkheidsregime van de dagelijks bestuurder? Verschillen de aansprakelijkheidsgronden naargelang de dagelijks bestuurder als een werknemer of als een zelfstandige optreedt? En als er verschillen zouden zijn, wat is hiervan dan de praktische relevantie? Kunnen m.a.w. de bestaande verschillen genuanceerd worden en zijn er elementen die een verschillend regime rechtvaardigen? Bestaat er verder een wisselwerking tussen enerzijds de aansprakelijkheid van de dagelijks bestuurder en de concrete bevoegdheidsverdeling binnen de vennootschap?

Dit praktische en handige boek is ongetwijfeld het referentiewerk ter zake voor iedere vennootschapsjurist.

Hoofdstukken

Inhoudsopgave (p. 0)

Algemene inleiding

Hoofdstuk I. Voorwerp van het onderzoek (p. 1)

Hoofdstuk II. Ten geleide: terminologie (p. 13)

Deel I. Voorstelling van het orgaan

Hoofdstuk I. Historiek (p. 19)

Hoofdstuk II. De ratio legis (p. 49)

Hoofdstuk III. Organisatie en karakteristieken van het orgaan en zijn leden (p. 53)

Deel II. Bevoegdheid van het orgaan van dagelijks bestuur

Hoofdstuk I. Analyse van het begrip 'dagelijks bestuur' (p. 87)

Hoofdstuk II. Actieradius van de bevoegdheden van het dagelijks bestuur: intern en extern (p. 131)

Hoofdstuk III. Concrete toepassingen: bevoegdheden van het dagelijks bestuu (p. 147)

Hoofdstuk IV. Oplossingen voor bevoegdheidsoverschrijdend handelen van het dagelijks bestuur (p. 187)

Deel III. Rechtspositie van de dagelijks bestuurder tegenover de vennootschap

Hoofdstuk I. Arbeidsrelatie tussen vennootschap en dagelijks bestuurder (p. 215)

Hoofdstuk II. Contractualisering van de verhouding tussen vennootschap en dagelijks bestuurder (p. 249)

Hoofdstuk III. Gevolgen van de keuze voor de ene of de andere samenwerkingsvorm (p. 275)

Deel IV. Aansprakelijkheid van de dagelijks bestuurder

Hoofdstuk I. Afbakening (p. 281)

Hoofdstuk II. Beperkt aansprakelijkheidsregime van het dagelijks bestuur (p. 287)

Deel V. De (re)organisatie van het dagelijks beleid in de Belgische NV

Hoofdstuk I. Argumenten voor het behoud van het orgaan van dagelijks bestuur in de Belgische NV (p. 381)

Hoofdstuk II. Argumenten die pleiten voor de afschaffing van het dagelijks bestuur in de NV (p. 399)

Hoofdstuk III. Dagelijks beleid in de NV herdacht (p. 407)

Hoofdstuk IV. Conclusie: afschaffing van een hinderlijke regel uit ons recht (p. 417)

Algemeen besluit

Algemeen besluit: een overbodig orgaan (p. 421)

Bibliografie (p. 427)

Trefwoordenregister (p. 445)